Spring naar inhoud

Al weer ons laatste tijdschrift TOEN van dit jaar

Van de redactie

In de voorgaande aflevering van TOEN meldden we dat rond de verschijningsdatum van dat nummer de nieuw ingerichte ruimte voor de Sporthal en ‘Ons Dorpshuis’ op feestelijke wijze officieel in gebruik zou worden genomen. Inmiddels is dit onder grote publieke belangstelling gebeurd en we zijn van mening dat deze herinrichting bijzonder geslaagd is. Iedere keer als we daar voorbijkomen zien we vele kinderen die enthousiast gebruik maken van de speel- en fitnesstoestellen. We willen daarom de ontwerpers en allen die meegewerkt hebben aan de realisatie van dit project hartelijk bedanken voor dit prachtige resultaat!
En dan nu alweer de laatste TOEN van 2019. In het eerste artikel leest u de geschiedenis van een boerderij aan de Brink in Annen, die tegenwoordig -zoals de meeste voormalige boerderijen in de dorpskern- een heel andere functie vervult.
Hendrik Veenhof heeft het levensverhaal van zijn schoonvader opgeschreven en in deze aflevering van TOEN leest u het tweede deel. Het eerste deel beschrijft zijn schoolperiode en dat verhaal is al verschenen in nr. 4 van het jaar 2018. In dit deel 2 wordt teruggeblikt op zijn volwassen levensfase waarin hij vooral heeft gewerkt in de landbouw in een tijdsfase, dat de mechanisatie nog op gang moest komen. De laatste jaren werkte hij bij de gemeente. Dat was een hele overgang: vaste werktijden en voor het eerst vakantie!
In deze aflevering leest u ook het vervolg van het niet meer bestaande Böttichiushuis. Het was -samen met het Ellentshuis- één van de twee ‘voorname’ huizen die in Annen hebben gestaan. Als we spreken over ‘voorname’ huizen, dan zullen daar waarschijnlijk ook belangrijke mensen hebben gewoond en dat klopt. Wie dat zoal waren, kunt u lezen in deel 2 van de beschrijving van het Böttichiushuis. Deze aflevering van TOEN wordt afgesloten met terugblik van Roelfien Kasemir op haar eigen levensverhaal, die begon in het jaar 1927. Een groot deel van haar leven speelde zich af in en om de boerderij aan het Grootblok, die er nog steeds staat. Zoon Jan Meursing schreef dit verhaal samen met Henk Veenhof.